Gratis levering vanaf 50 euro (in België)

Garnacha in Spanje: oorsprong en toekomst

Situering en geschiedenis 

Wereldwijd is deze druif beter gekend onder haar Franse naam ‘grenache’. Denk aan de Franse wijnen uit de zuidelijke Rhône, Provence of Languedoc-Rousillon en grenaches uit Italië, Australië, Californië, Algerije en Tunesië... Qua aanplant is ze één van de belangrijkste blauwe druiven tout court.

Maar de garnacha is van oorsprong wel degelijk een Spaans druivenras. In Aragón werd er al garnachawijn gemaakt in de 15de eeuw en na de verwoestende Phylloxeraplaag bij het einde 19de en het begin van de 20ste eeuw werd ze massaal heraangeplant vanwege haar vruchtbare aard en weerstand tegen warm en droog weer. Hoewel er in de jaren 90 van vorige eeuw enorm veel garnacha is vervangen door meer ‘trendy’ druivenrassen als tempranillo en cabernet sauvignon, blijft het een belangrijke druif voor het land, die in handen van een bekwame wijnmaker magnifieke wijnen kan voortbrengen. Meer nog, in verschillende Spaanse regio’s worden oude garnachastokken in ere hersteld, kijken jonge oenologen met een frisse blik naar vinificatie en verschijnen er met regelmaat mooie, boeiende wijnen. We vertellen er u straks meer over.

De druif  

  • Garnacha is een druif die vroeg knopt maar laat rijpt. Om helemaal rijp te geraken -we spreken dan van fenolische rijpheid- heeft ze graag een continentaal klimaat met lange, warme zomers.
  • De druif verdraagt goed droogte, kan relatief goed tegen waterstress en is resistent tegen allerlei ziektes.
  • Garnacha heeft een dunne schil met weinig pigment, relatief weinig tannines, bij volle rijping weinig zuren en is gevoelig aan oxidatie. Tegelijk is ze in staat om relatief veel suikers en dus alcohol op te bouwen.
  • Ze verkiest arme, waterdoorlatende bodems zoals kalksteen, zand, graniet, rots,… Dit zijn bodems die te los van structuur zijn voor bepaalde andere rassen, maar garnacha kan makkelijk ‘en vaso’ (kort bij de grond, zonder geleiding) gesnoeid worden -het hout van de stokken is immers stevig. De wortels worden bovendien gedwongen op grotere diepte water te zoeken. De rendementen zijn in dat geval laag, wat de kwaliteit ten goede komt. Je zou kunnen zeggen dat harde omstandigheden ervoor zorgen dat de opbrengst laag genoeg blijft om verlies van smaak en aroma te vermijden.
  • Wat opvoeding betreft is de druif gediend met minder hout. De betere wijnmaker gebruikt oudere vaten met een groter volume, betonnen cuves of andere neutralere recipiënten die haar fruitaroma’s respecteren en het terroir niet verdrijven. Dit geldt vanzelfsprekend voor vele druivensoorten, maar voor de garnacha is het extra belangrijk.

Garnacha in het Spanje van vandaag 

Voor alle duidelijkheid, we hebben het vandaag alleen over garnacha tinta, de blauwe druif. De garnacha blanca volgt een andere keer. Het is Spanje’s derde blauwe druif, na tempranillo en bobal. Een groot deel van de aanplant staat in een gebied dat zich uitstrekt van Rioja tot Catalonië, parallel met de Ebro. Een tweede belangrijke regio is de Sierra de Gredos, in de bergen ten westen van Madrid. 

De laatste jaren is er een nieuwe generatie wijnmakers opgestaan die streven naar minder kracht en meer frisse finesse en die vooral respect willen hebben voor het karakter van de druif en het terroir waarop ze is aangeplant. 

We sommen enkele belangrijke D.O.’s op:

  • Campo de Borja: de druif heeft er zich aangepast aan het winderige, warme, droge klimaat op grotere hoogte (denk aan de Moncayo vulkaan). Het zijn vlezige wijnen, met een specifieke mineraliteit. Er worden veel monocépages gemaakt maar ook blends met bijvoorbeeld syrah.
  • Cariñena en Catalayud met veel oude aanplants.
  • Verschillende D.O.’s in Catalonië, van Empordà in het noorden tot en met Terra Alta in het zuiden. Meestal in multivarietal wijnen. De bekendste D.O. (D.O.Ca., om juist te zijn) is ongetwijfeld Priorat, waar de garnacha een koningskoppel vormt met cariñena. De druif houdt van het droge micro-klimaat en de Llicorella, de typische bodem van schist en leisteen. Klassieke Priorats zijn meer geconcentreerd maar meer en meer wordt ook hier gestreefd naar meer elegantie en frisheid, zonder het unieke karakter van het terroir te verloochenen.
  • Rioja: garnacha beslaat minder dan 10% van het areaal, tegenover ongeveer 80% voor de tempranillo. Wijnmakers gebruiken de druif meestal om alcohol, aroma en fraîcheur toe te voegen. Los daarvan wordt ook hier weer meer garnacha aangeplant of worden oude stokken hersteld om er terroirgedreven monocépages van te maken. In Rioja Oriental (het vroegere Rioja Baja) is de druif sowieso belangrijk, maar ook in Rioja Alta en Rioja Alavesa wint de druif aan belang.
  • Navarra: nog steeds bekend om zijn rosado’s en soepele, sappige, jonge rode wijnen van garnacha. We mogen niet vergeten dat er een relatief groot verschil is tussen de subregio’s, maar een algemene trend naar lichtere, frissere wijnen geeft de moderne garnacha’s ook hier een boost. Daarnaast wordt er, zoals in de rest van Spanje, ook meer en meer aandacht besteed aan de waarde van heel oude stokken die over de hele regio zijn terug te vinden.
  • Sierra de Gredos met appellaties als Mentrida, Vinos de Madrid en Tierra de Castilla y Léon: enkele  wijnmakers restaureren er oude garnachastokken die terug te vinden zijn op hoogtes tot 1200 meter, op bodems van leisteen en graniet. Een nieuwe, hooggewaardeerde stijl van lichte wijnen met florale aroma’s, hoge mineraliteit, fijne tannines en mooie fraîcheur. 
  • Enkele meer zuidelijk gelegen regio’s zoals Jumilla, waar getalenteerde oenologen new-style garnacha’s maken. 

Bij Xpertvinum: wijnen van Bodegas Borsao, Bodegas Casa Castillo, Costers del Priorat, Bodegas D.Mateos, Mas Oller, Pagos de Araiz, Celler Masroig